Modelbouw Spoorwegen
Het best kan u beginnen met een eenvoudig model en dan later geleidelijk aan uitbreiden in aantal rails en locomotieven of ander rollend materieel.
Voor n kan beginnen is de keuze van het voedingssysteem heel belangrijk. De twee meest gekende systemen zijn: 3 rails met wisselstroom en 2 rails met gelijkstroom. Ze hebben beide voor- en nadelen. Omdat de gelijkstroom met 2 rails het meest voorkomt gaan we er hier wat dieper op in.
Beide systemen hebben alleen op gebied van elektriciteit duidelijke verschillen.
De modelbaan kan over een lokaal- of zijlijntje beschikken, deze zijn meestal een stationnetje, een goederenloods, een werkplaatsje of een paar sporen.
Een van de populaire ontwerpen is de modulaire spoorbaan. U kunt er een uitgebreide baan mee bouwen die samengesteld is uit kleine, verwisselbare secties van bijv. 60 × 120 cm, die onderling gekoppeld kunnen worden. Het voordeel hiervan is dat u redelijk snel zo’n sectie helemaal kunt afwerken, terwijl een uitgebreide baan veel langer zou duren.
Indien u de juiste afmetingen hebt van secties, kan je je modelbaan koppelen aan een andere bouwer zijn modelbaan.
Grote banen zijn onderverdeeld in 2 hoofdvormen:
Eindige banen of ononderbroken banen. Eindige banen kunnen recht zijn of gebogen, maar heeft een begrenzing aan elk uiteinde. Bij een ononderbroken baan kan de trein altijd blijven verder rijden. Een railovaal is hierbij het bekendste model.
![]() | ![]() | ![]() |
![]() |
![]()




